Katharen: Ketter en Kerk

Wat waren dat voor mensen, die de katholieke kerk en Frankrijk op hun grondvesten zouden laten schudden, tegen wie de kerk en de Franse kroon de beruchte Albigenese kruistochten voerden en wiens lot bij ons actueel is?
Ketters! Werkelijk? De leer van de Katharen (grieks voor de reinen) is gebaseerd op het woord van een dicipel van Zarathoestra, die sprak: « twee machten verdelen het universum, het goed en het kwaad, donkerheid en licht » waar de geestelijke wereld van het licht en de schoonheid van God is, beheerst Satan de materiele wereld.
In de loop van de eeuw won deze leer eerst in de Languedoc aanhangers, maar werd dan meer en meer door heel Europa een ernstige concurrent voor de heilige moeder kerk, gezien voor de Katharen de wereld het werk van de duivel was, wezen ze de sacramenten, Jezus als verlosser en de heiligen af. Ze hadden hun eigen bischoppen en onderscheiden zich in ingewijden - de parfaits en de normale aanhangers: « croyants»
Omdat ze het eerst in de stad Albi voorkwamen, noemde men ze vaak Albigenesen. Hun aanhangers waren armen en rijken, adel en eenvoudige mensen. Zolang leed het zuiden reeds onder het voogdijschap van het noorden, dat de lakse gebruiken - minne, troubadours, trotse vrouwen en eigenzinnige edelen - een doorn in het oog waren. Dat de kerk zelf armoede en deemoed predikte en hun vorsten het tegenovergestelde leefden en de bittere armoede van de bevolking in een krasse tegenstelling tot de rijkdom van de clerus stond, dreef volk en adel in het zuiden in scharen in de armen van deze nieuwe secte, wiens vertegenwoordigers het eenvoudige leven niet alleen verkondigden, maar ook zelf leefden. De Katharen, die in wezen geen ketters waren, maar naar christelijke volkomenheid zochten, vonden snel ondersteuning bij de bevolking en de adel van de Languedoc.

Het morren in het zuiden werd luider, de kerken liepen leeg en tenslotte riep Paus Innozencius III in 1208 een kruistocht op tegen de ketters. Met voorbeeldloze wreedheid werden de Katharen vervolgd en gedood. Bij de inname van Béziers was er geen pardon: « doodt ze allen, de Heer zal de zijnen herkennen » riep de kerkman Arnaud Amaury uit. De opmars onder de wrede Simon de Montfort werd steeds meer van een heilige tot een veroveringsoorlog. Het was een bloedige tijd van slachtvelden en eindeloze belegeringen. De kruisridders uit het noorden waren zonder erbarmen, voor hun was er geen onderscheid tussen Katharen en Zuidfransen - wat er daar af te slachten gold, was kettersgebroed. Ze hielden bijna 200 jaar stand, maar moesten toch buigen voor de oorlogsmachine uit het noorden. Een tijd lang hielden ze nog stand, trokken zich op de hoog gelegen burchten in de ontoegankelijke Corbières, de montagne Noir of de Cevennes terug, maar steeds meer vielen de burchten met welluidende namen als Aguilar, Quéribus, Peyrepertuse en Puylaurens - namen, die voor standvastigheid en moed van de Katharen staan. Maar in 1361 hebben ze definitief verloren - de laatste ketters brandden. Parijs en Rome hadden gezegevierd.